Er loopt een man over straat, met zijn ziel onder zijn arm.
Hij weet alleen, het is laat en mijn God wat is het warm.
Hij voelt alleen de hitte van de zon, zweet en baalt, wat is het toch warm.
Is het enige wat hij denkt, en als hij zijn bus maar haalt.
Hij heeft geen thuis maar hij heeft wel een voordeur.
Hij wil niet naar huis, terug naar de sleur.
Totdat hij dit mist.
Dan denkt hij: "Ik heb naast de pot gepist"
Maar hij had alles vast, wat is er aan de hand.
Er loopt een man langs de weg, en hij voelt zich klote.
Hij denkt wat heb ik een pech, ik had liever die grote.
Met die grote heb ik wél misschien...
Eindelijk aanzien, en denken ze vast
Dat ik bakken met geld verdien.
Hij heeft geen thuis maar hij heeft wel een voordeur.
Hij wil niet naar huis, terug naar de sleur.
Totdat hij dit mist.
Dan denkt hij: "Ik heb naast de pot gepist"
Maar hij had alles vast, wat is er aan de hand.
Er loopt een man over een pad, met zijn hoofd in de wolken.
Zijn kleren zijn dan wel nat, maar hij zou het geluk vertolken.
Hij duwde zijn kar met laatste dingen.
En het deed hem wat.
Mijn karretje rijdt goed, en ik heb goeie herinneringen.
Hij voelde zich thuis maar heeft geeneens een voordeur.
Een daklozenhuis midden in de sleur.
En toch was hij het niet zat.
Dat komt vast doordat.
Hij blij was met alles en alles wat hij had.
Tekst en muziek: J. Sip
Deze tekst heb ik geschreven nadat ik een documentaire heb gezien over mensen in die eigenlijk "niks" hadden/hebben over de hele wereld.
(Moet je de goede doelen-reclames geloven zitten die kinderen in Afrika alleen maar vliegen van hun bovenlip te eten, maar dit terzijde)
Maar wat ik voor mezelf heb opgestoken van die documentaire is dat je blij moet zijn met alles wat je hebt en had.
Waar je vandaag op loopt te schelden kan je morgen om janken dat je het kwijt bent.
Vandaag krijg je ruzie met iemand die te laat is, morgen blijkt diegene nooit meer te komen.
LEEF ALSOF HET JE LAATSTE DAG IS!!!